Bij Menovia meten we een uitgebreid pakket aan bloedwaarden, afgestemd op je gekozen traject. Welke waarden precies worden getest, hangt af van of je Menovia Basis, Plus of Compleet volgt.
Menovia Basis meet het kern hormoonpanel, aangevuld met lever-, nier- en bloedbeeldwaarden. Menovia Plus en Compleet zijn aan elkaar gelijk en breiden dit uit met een uitgebreid panel aan schildklier-, metabole en voedingsstofmarkers.
Hieronder vind je het volledige overzicht: welke waarde we meten, bij welk pakket dit hoort, en waarom we juist deze waarde meten.
| Bloedwaarde | Basis | Plus & Compleet | Waarom meten we dit? |
|---|---|---|---|
| Geslachtshormonen | |||
| Oestradiol (E2) | ✓ | ✓ | De actieve oestrogeenvorm. Bepaalt de startdosering en monitort het effect van BHRT. |
| Progesteron | ✓ | ✓ | Essentieel voor slaap, stemming en bescherming van het baarmoederslijmvlies. |
| Testosteron | ✓ | ✓ | Belangrijk voor energie, libido, spierkracht en cognitie. |
| Vrije Testosteron | – | ✓ | Het deel van testosteron dat vrij beschikbaar is voor het lichaam, vaak een preciezer beeld dan totaal testosteron. |
| SHBG | – | ✓ | Bindt hormonen in het bloed en bepaalt hoeveel testosteron en oestrogeen vrij beschikbaar zijn. |
| LH | ✓ | ✓ | Stijgt bij afnemende eierstokfunctie. Geeft inzicht in de menopauzefase. |
| FSH | ✓ | ✓ | Stijgt wanneer de eierstokken minder reageren. Indicator voor perimenopauze of menopauze. |
| Prolactine | ✓ | ✓ | Verhoogde prolactine kan hormoonklachten nabootsen. Uitsluiten van prolactinoom. |
| DHEA-S | – | ✓ | Voorloperhormoon voor oestrogeen en testosteron. Lage waarden: vermoeidheid en minder vitaliteit. |
| Schildklierfunctie | |||
| TSH | – | ✓ | Eerste indicator voor schildklierfunctie. Overlapt sterk met overgangsklachten. |
| Vrij T4 (FT4) | – | ✓ | Het inactieve schildklierhormoon dat in de weefsels naar T3 wordt omgezet. |
| Vrij T3 (FT3) | – | ✓ | Het actieve schildklierhormoon. Normale T4 met lage T3 wordt met TSH alleen gemist. |
| Metabole gezondheid en bloedsuiker | |||
| Glucose (nuchter) | – | ✓ | Nuchter bloedsuiker als basis voor insulineresistentie-beoordeling. |
| Insuline (nuchter) | – | ✓ | Samen met glucose: berekening van insulineresistentie (HOMA-IR). |
| HbA1c | – | ✓ | Gemiddeld bloedsuiker over 2–3 maanden. Vroege indicator voor prediabetes. |
| Urinezuur | – | ✓ | Verhoogde waarden hangen samen met metabool syndroom en gewrichtsklachten. |
| Hart- en vaatgezondheid | |||
| Cholesterol (totaal) | – | ✓ | Startpunt voor cardiovasculaire risicobeoordeling. |
| HDL-cholesterol | – | ✓ | Het 'goede' cholesterol, daalt na de menopauze zonder oestrogeenbescherming. |
| LDL-cholesterol | – | ✓ | Het 'slechte' cholesterol, stijgt na de menopauze. |
| Apolipoproteine B | – | ✓ | Telt het aantal 'slechte' cholesteroldeeltjes, een preciezere risico-indicator dan LDL alleen. |
| Triglyceriden | – | ✓ | Verhoogde triglyceriden zijn een risicofactor voor hart- en vaatziekten. |
| CRP (ontstekingsmarker) | – | ✓ | Maat voor laaggradige chronische ontsteking, onderschat bij overgangsklachten. |
| BSE | – | ✓ | Aanvullende ontstekingsmarker. Verhoogd bij infectie of auto-immuunziekten. |
| Voedingsstoffen en ijzerstatus | |||
| Vitamine D | – | ✓ | Essentieel voor botdichtheid, immuunfunctie en stemming. Tekort zeer gangbaar in NL. |
| Holo-transcobalamine | – | ✓ | De actieve, direct bruikbare vorm van vitamine B12. Gevoeliger voor een tekort dan totaal B12. |
| Foliumzuur | – | ✓ | Samen met B12 betrokken bij methylatie. Relevant voor hart en cognitie. |
| Ferritine (ijzeropslag) | – | ✓ | Lage ferritine veroorzaakt vermoeidheid en haaruitval, lijkt op de overgang. |
| Transferrine saturatie | – | ✓ | Geeft aan hoeveel van het ijzertransporteiwit daadwerkelijk bezet is met ijzer, aanvullend op ferritine. |
| Lever, nieren en algemeen | |||
| Groot bloedbeeld (GBB) | ✓ | ✓ | Overzicht van bloedcellen en -plaatjes. Sluit anemie en bloedaandoeningen uit. |
| ALAT (leverenzym) | ✓ | ✓ | Controle op leverbelasting, belangrijk voor veilig gebruik van hormoonmedicatie. |
| Gamma GT (leverenzym) | ✓ | ✓ | Aanvullende levermarker. Gevoelig voor alcoholgebruik en leververvetting. |
| Natrium | ✓ | ✓ | Elektrolytenbalans, relevant voor bloeddruk en vochthuishouding. |
| Kalium | ✓ | ✓ | Elektrolytenbalans, relevant voor hartritme en nierfunctie. |
| Ureum | ✓ | ✓ | Nierfunctie-indicator, relevant voor veilig medicatiegebruik. |
| Kreatinine | ✓ | ✓ | Afvalproduct van spierweefsel, basis voor de berekening van je nierfunctie. |
| GFR | ✓ | ✓ | Glomerulaire filtratiesnelheid. Basischeck voor gezond medicatiegebruik. |
Kan de arts nog extra waarden aanvragen?
Ja. Op basis van jouw klachtenpatroon kan de arts aanvullende markers aanvragen die niet standaard in het overzicht hierboven staan. Dit gebeurt altijd in overleg met jou, en kan extra kosten met zich meebrengen.